Stad Brugge. Middeleeuwse stadsuitbreiding. Noord.

lxix + 713 p., 145 x 210 mm, 2004, Hardback, ISBN 90-5622-050-0,
€ 68 incl. BTW



Stad Brugge. Middeleeuwse stadsuitbreiding. Zuid.


lvii + 588 p., 145 x 210 mm, 2004, Hardback, ISBN 90-5622-051-9,
€ 55 incl. BTW

Na de publicatie van het deel 18na, gewijd aan de oudste stadskern, komt in het deel 18nb de middeleeuwse stadsuitbreiding aan de beurt, die nog voor het grootste deel is afgezoomd door haar grachten, en haar groene, aangelegde vesten met windmolens en poorten.
De omvang van het bestudeerde gebied en van het verzamelde materiaal leidde tot een splitsing in twee boekdelen. De Coupure,als getuigen van een midden 18de eeuwse ingreep, en het tracé van de voormalige 19de-eeuwse spoorlijn, dat vandaag terug te vinden is in de Koning Albert - en de Hoefijzerlaan, boden een verantwoorde afbakening voor de publicatie van Brugge Noord en Brugge Zuid.
De aloude indeling in kwartieren, die nog in het Structuurplan van 1972 voorkomt, is nagevolgd om historische en praktische redenen. Hun specifieke evolutie, niet alleen bepaald door hun ligging en aanleg maar ook door de aanwezige functies en hun mogelijke herbestemmingen, verleent hen een eigen karakter dat zich manifesteert in de verhouding tussen gebouwde en ongebouwde omgeving en in het gediversifieerde bouwkundig erfgoed. Naast de punctuele behandeling in straatnotities en beschrijvingen per item komen deze aspecten ruim aan bod in de inleidingen: het historisch stedenbouwkundig overzicht per kwartier typeert de omgeving terwijl het architectuuroverzicht de stilistische ontwikkeling van de bouwtypes benadert in het hele bestudeerde stadsdeel en hierbij verwijst naar geïllustreerde voorbeelden. Taltijke recente foto's, vaak onuitgegeven plannen en, met toelating van het Stadsarchief, een reeks van reproducties van bouwvergunningen afgeleverd sinds de 19de eeuw, verduidelijken en verrijken het geheel.

Het deel Brugge Noord behandelt achtereenvolgens het Ezelstraatkwartier, het Sint-Gilliskwartier, het Seminariekwartier en het Langestraatkwartier. De Sint-Gilliskerk, Onze-Lieve-Vrouw van de Potterie, Het Groot Seminarie en het Engelskloosters met hun hovingenen andere herbestemde religieuze instellingen vormen er aan weerszij van de bepalende Reie de opvallende parels die afwisselen met de kleinere kralen van patriciërs-, burger- en arbeidershuizen in kleurrijke snoeren, lopend tot het historische havengebied in het noorden.

Het deel Brugge Zuid bestudeert het Magdalenakwartier, het Onze-Lieve-Vrouwekwartier en het West-Bruggekwartier. Van Minnewater naar Dijver kronkelt de Reie doorheen één van de meest bezochte oorden, aan haar oevers groepeert ze representatieve gebouwen en ensembles als het Begijnhof, het Sint-Janshospitaal, de Onze-Lieve-Vrouwekerk, Het Huis van de Heren van Gruuthuse…en andere herenhuizen en enkele resterende bedrijfsgebouwen. In schril contrast hiermee staan de resterende kleine parcellering en huizenrijen van woonbuurten als die aan de Oost-en Westmeers.. Ook de verspreide en meer gegroepeerde godshuizen zoals die van het minder bezochte West-Bruggekwartier wijzen op heersende sociale verschillen. Herbestemde openbare gebouwen zoals het "Bedelaers Huis" aan de Werhuisstraat en het Pandreitje met nieuwe stadswoningen uitkijkend op het fraaie Koningin Astridpark getuigen van de evolutie binnen het Magdelanakwartier.

Samen bieden deze twee boeken, naast dit van de Oudste kern, een geactualiseerde en grondige kijk op de historische binnenstad, opgenomen in de Werelderfgoedlijst sinds 2000. Ze brengen materiaal aan voor een dynamische monumentenzorg gezien in het ruimtelijk kader van een toekomstgerichte stad waarin verleden, heden en worden verzoend. Bovendien noodt deze publicatie tot een (betere) kennismaking van de gekende plekken en een ontdekking van de minder gekende.